| |
|
|
| |
I.K.W.V.
Zuidenwindhelling 2
8670 Oostduinkerke (Koksijde)
Tel +32 (0)58 23 80 00
Fax +32 (0)58 23 80 10
info@ikwv.be
|
|
| |
Over IKWV:
-
geschiedenis
-
oprichting
-
structuur
-
de
IKWV in cijfers
|
|
|
|
|
|
|
|
1. Geschiedenis
van de kustreddingsdienst
Een Brit organiseerde in
1784 voor het eerst een badendienst in Oostende waardoor Oostende
meteen ook onze eerste “Badplaats” werd. In de tweede helft van
de 19e eeuw ontpopte Blankenberge zich als badplaats, gevolgd door
Heist, Nieuwpoort, Middelkerke, Wenduine en ten slotte ook Knokke
die in 1890 een reddingsdienst oprichtte.
De kustgemeenten deden een beroep op de lokale, met de zee
vertrouwde mannen om de reddingsdiensten te bemannen. Kwade tongen
beweren dat slechts een klein deel van de eerste-generatie redders
voldoende konden zwemmen. Zij kenden echter de zee en waren beducht
voor haar kracht en de gevaren. Hun ervaring op zee en hun
preventief optreden maakten hen tot uitstekende redders.
In de periode van 1900 tot 1914 ontwikkelden ook de Panne, Westende,
Koksijde, Oostduinkerke, Zeebrugge, Duinbergen, Bredene en Het Zoute
naam en faam als badplaats. Het was het tijdperk van het groeiend
hoteltoerisme, toenemend strandbezoek en de opkomst van de
zwemsport. Het was in deze periode dat de badendiensten naast het
ter beschikking stellen van badkarren aan badgasten ook
reddingsdiensten oprichtten die, hoewel rudimentair (de
reddingsvesten bestonden uit blokken kurk) deze naam ook waardig
waren.
Tussen 1920 en 1940 ontstonden nieuwe
vormen van toerisme zoals het residentieel en het sociaal toerisme
en werden de eerste kampeertoeristen gesignaleerd. Het aantal
baders en zwemmers nam sterk toe wat een aanpassing van de
reddingsdiensten noodzakelijk maakte. In deze periode werden de
reddingsdiensten duidelijker gestructureerd: hoofdredder –
postoverste – redder, werden de badzones beter en efficiënter
ingedeeld en kregen de redders beter materieel ter beschikking.
Een aangepaste opleiding ontbrak echter nog.
Na de tweede wereldoorlog werd er werk gemaakt van de heropbouw
van de kustgemeenten, werd de wegeninfrastructuur en de
verblijfsinfrastructuur verbeterd en ontstond het
appartementstoerisme. Samen met de opkomst van diverse
watersporten zoals windsurfen zorgden deze factoren voor een
enorme ontwikkeling van de reddingsdiensten. In deze periode, van
1946 tot 1980 werd de organisatie van de reddingsdiensten
geoptimaliseerd, werden de zwem -en watersportzones uitgebreid en
kregen de redders modern en kwalitatief hoogstaand materieel.
In de voorgaande periodes bleven de
badgasten veelal voor een langere periode op dezelfde plek.
Hierdoor waren deze toeristen snel vertrouwd met de werking van de
reddingsdienst. Sinds 1980 groeit het eendagstoerisme en wint het
kortverblijftoerisme aan belang. Deze verandering in de
vakantiebeleving, van langere periodes op een zelfde plek naar
veelal korte periodes op verschillende plaatsen aan de kust,
confronteert de redders met een voortdurend veranderend publiek.
Het betekent dat de gevaarpunten zoals golfbrekers, killen en
zwinnen en de betekenis van de signalen opnieuw en opnieuw aan de
dagjestoeristen moeten uitgelegd worden. Dit maakt de taak van de
redders er niet eenvoudiger op.
Toerisme was in het
verleden een van de meest bepalende factoren voor de evolutie van de
reddingsdienst. Dit zal in de toekomst waarschijnlijk ook zo
blijven. Het kortverblijftoerisme zal nog toenemen en nieuwe types
van watersport zullen de ontwikkeling van de reddingsdienst beïnvloeden.
|
|
|
2. Oprichting van de Intercommunale
Kustreddingsdienst van West-Vlaanderen
Van in het prille begin organiseerden de
verschillende gemeenten autonoom hun reddingsdienst.
De enorme verscheidenheid in methodiek en het gebrek aan coördinatie en
samenwerking gekoppeld aan de vaststelling dat er in de periode 1960 –
1979 146 mensen verdronken in de onbewaakte zones bleken niet bevorderlijk
voor de veiligheid van het toenemend aantal baders.
In oktober 1979 werd in de provincieraad een voorstel voor onderzoek naar
de Bestendige Deputatie verwezen om een commissie op te richten die de
mogelijkheid tot instelling zou onderzoeken van een intercommunale voor
Hulp-en Reddingsdiensten. In het beleidsadvies, dat in de resulterende
studienota was opgenomen, werd voorgesteld om de bewaakte strandzones
gradueel uit te breiden op voorwaarde dat een overkoepelend orgaan een
rationeler aanwending van personeel en materieel op zich zou nemen. Er zou
geen merkelijke verhoging van het personeel komen en het onderling sterk
verschillend materieel zou geleidelijk worden vervangen door een uniforme
en moderne uitrusting.
De gemeenten De Panne, Koksijde, Nieuwpoort, Middelkerke, Oostende,
Bredene en Knokke-Heist zagen onmiddellijk de voordelen in van een
dergelijke samenwerking en besloten in 1982 om samen met het
provinciebestuur West-Vlaanderen de Intercommunale Kustreddingsdienst
West-Vlaanderen in de vorm van een coöperatieve vennootschap op te
richten. De doelstelling was en is zeer duidelijk: de vereniging heeft tot
doel de veiligheid van baders, zwemmers en in een latere fase ook die van
andere watersportbeoefenaars aan onze kust maximaal te waarborgen en aldus
mee het toerisme aan de kust te bevorderen. Zij streeft dit doel na met
alle middelen, waaronder het organiseren, coördineren en begeleiden van
de kustreddingsdiensten. De vereniging mag alle verrichtingen uitvoeren
die rechtstreeks of onrechtstreeks met het maatschappelijk doel verband
houden.
De voordelen van deze samenwerking werden
snel duidelijk, maar toch duurde het nog tot in 1995, respectievelijk 1996
vooraleer Blankenberge en Brugge beslisten om toe te treden. De Haan
opteerde pas in 2000 voor dit samenwerkingsverband. Vandaag is de IKWV het
overkoepelend orgaan voor alle kustgemeenten wat de organisatie van de
kustreddingsdienst betreft.
|
3. Structuur van
de I.K.W.V.
Nu alle kustgemeenten aangesloten zijn bij de
IKWV, kan er meer dan ooit gestreefd worden naar een zo groot mogelijke
uniformiteit. Zowel op het gebied van kleding en materiaal als op het
gebied van optreden, praktische organisatie...
Het beleid wordt bepaald door de algemene vergadering, de raad van bestuur
enhet directie comité. In de beleidsorganen zetelen enkel politieke
mandatarissen. Zowel op beleids - uitvoeringsniveau is er een grote
inbreng van de gemeenten en de Provincie West - Vlaanderen.
De algemene vergadering bestaat momenteel uit 11 leden: een mandataris
voor elke gemeente-vennoot en een provinciaal mandataris. De algemene
vergadering keurt onder andere de jaarrekeningen en de statutenwijzigingen
goed.
De raad van bestuur beslist over elke aangelegenheid waar de algemene
vergadering niet specifiek voor bevoegd is en heeft derhalve de meest
uitgebreide bevoegdheid. De bestuurders worden benoemd door de algemene
vergadering op voordracht van de provincieraad / gemeenteraad. De raad van
bestuur bestaat uit 14 leden.
De raad van bestuur kan een aantal bevoegdheden naar het directiecomité
delegeren. Meestal gaat het om beslissingen van zeer dringende aard. Vijf
bestuurders maken deel uit van het directiecomité.
Het toezicht en de controle op de handelingen van de vereniging wordt
uitgeoefend door het college van commissarissen. Dit college brengt over
haar activiteiten verslag uit aan de algemene vergadering. De leden worden
voorgedragen door de provincieraad en de gemeenteraden en worden benoemd
door de algemene vergadering. Een commissaris-revisor kan alle
vergaderingen van dit college bijwonen. Hij controleert grondig de
boekhouding van de vereniging.
De uitvoering van dit beleid wordt gecoördineerd door de secretaris van
de IKWV. Deze ambtenaar wordt benoemd door de raad van bestuur en heeft
een zeer gediversifieerde opdracht. Gaande van de uitvoering van de
beslissingen en het bijhouden van de boekhouding tot contact met de media
en onderzoek van schadegevallen. In zijn taak tot voorbereiding en
evaluatie van het badseizoen wordt hij bijgestaan door de werkgroep
leiding. Hoewel dit geen officieel orgaan is, mag het belang ervan niet
worden onderschat. Alle ambtenaren die op een of andere manier in hun
gemeente verantwoordelijkheid dragen voor de reddingsdienst maken hier
deel van uit. Omdat het allemaal specialisten zijn op hun werkterrein is
de inbreng van deze werkgroep van onschatbare waarde.
De plaatselijke hoofdverantwoordelijke coördineert de reddingsdienst
binnen de eigen gemeente en is de verbindingspersoon tussen de
verantwoordelijke hoofdredder en het schepencollege en tussen de gemeente
en de IKWV.
De hoofdredder wordt door de gemeente op contractuele basis aangesteld
voor de duur van het seizoen. Hij of zij organiseert en leidt de
werkzaamheden van de postoversten en de redders. Zowel de hoofdredder als
de postoverste moeten voldoen aan alle profielvereisten voor de functie
van redder.
De postoverste leidt en organiseert de taken van een team redders (3 à 6)
aan zee teneinde de veiligheid van de baders, zwemmers en watersporters in
bepaalde zones en tijdens bepaalde periodes te kunnen verzekeren en indien
nodig om deskundige hulp te bieden aan personen die in moeilijkheden
verkeren.
De redders moeten tijdens de werkuren continu alert blijven en de
voorgeschreven instructies in verband met de veiligheid van de baders,
zwemmers en watersporters doen naleven. Zodoende helpen de redders de
veiligheid te garanderen en kunnen zij indien nodig tijdig de gepaste hulp
bieden.
De materieelverantwoordelijke staat tijdens de wintermaanden in voor de
berging en het klein onderhoud van het materieel. Grote herstellingen
worden in opdracht van de IKWV toevertrouwd aan gespecialiseerde
firma’s.
|
|
4. De I.K.W.V. in cijfers
33946
:
Het
aantal meter strand dat bewaakt wordt door IKWV redders tijdens de maanden
juli en augustus. Daarvan is 28323 meter ingedeeld als zwemzone voor
baders en 5623 meter is bestemd als surfzone.
1484
:
Het
aantal tussenkomsten vanwege redders voor verdwaalde kinderen op het
strand tijdens de maanden mei – juni – juli – augustus –
september.
1075
: Het aantal redders dat instond voor de bewaking van de stranden tijdens
de maanden juli en augustus. Daarnaast stonden ook nog eens 296 redders in
voor de bewaking van bepaalde zones in het voorseizoen (mei – juni –
september).
93
:
Het
aantal tussenkomsten voor gewone baders in nood, in de bewaakte zones. Het
overgrote merendeel van deze tussenkomsten vonden plaats tijdens de
maanden juli en augustus.
23
:
Het
aantal tussenkomsten vanwege plankzeilers in nood, in de bewaakte
surfzones.
Deze
cijfers bewijzen nog maar eens de noodzakelijkheid van een vereniging als
de IKWV. Het mag dan ook niet verwonderen dat onze kust de veiligste van
Europa is. De IKWV is in zijn 25 jaar bestaan ook niet blijven stilstaan.
Voortdurend werd er geïnvesteerd in het allernieuwste materiaal. Door
sponsorcontracten af te sluiten met grote bedrijven als Scapa Sports, KBC
en Nissan zijn nieuwe gelden vrijgekomen.
|